Geschreven door 2 auteurs

De jukebox kraakt een oud nummer dat niemand kent. De glazen op tafel zijn plakkerig, het schuim op het bier bijna verdwenen. Ze zitten met z’n vieren aan de hoektafel, onder de lamp, die een flauwe schaduw werpt over hun gezichten. ‘Nog eentje dan,’ zegt Kees, tikkend op zijn lege glas. ‘Nog eentje? Alsof jij nog op je benen kan staan,’ zegt Jan met een scheve grijns. Hij leunt achterover en zijn stoel kraakt gevaarlijk. ‘Wat maakt het uit,’ mompelt Kees. ‘Ik hoef nergens heen.’ Liesbeth kijkt op van haar sigaret. De rook krult langzaam omhoog, de koperkleurige kap van de lamp in. ‘Dat is wel duidelijk,’ zegt ze. Henk zwijgt. Dat doet hij vaak, vooral als het laat wordt. Zijn hand draait zijn glas in kleine cirkels. ‘Wat is er, Henk?’ vraagt Liesbeth. Ze blaast de rook naar hem toe, expres lijkt het, en leunt iets naar voren. ‘Heb jij weer zo’n groot geheim?’ De anderen lachen. Henk kijkt op, zijn ogen glijden over hun gezichten, één voor één. Hij zegt niets. ‘Kom op, Henk,’ zegt Jan. ‘Vertel het eens. Je bent onder vrienden, hè.’ Henk schraapt zijn keel. Henk zet zijn glas neer, precies in de natte ring die er al stond. ‘Ik heb mijn vrouw weggedaan,’ zegt hij. ‘De Russische?’ Jan komt naar voren op zijn stoel. ‘Je had ze toch nog maar een jaartje?’ ‘Vorige maand.’ Kees lacht kort. ‘Zo’n stoot.’ Hij tikt weer op zijn glas, harder nu, tot het schuift. De jukebox stopt. Er valt iets binnenin, een klik, en dan begint hetzelfde nummer opnieuw. Niemand staat op. ‘Waarom,’ zegt Liesbeth. Ze zegt het niet als een vraag. Henk kijkt naar de lamp. De rook hangt onder de kap, draait daar rond, zakt weer. 'Ze keek naar me alsof ze wist wat ik van plan was. Daarom.' ‘Van plan was?' vraagt Kees. Henk antwoordt niet. Even zegt niemand iets. Dan begint Jan te lachen. Te hard. ‘Nou ja,’ zegt hij. ‘Dat had ik eerlijk gezegd niet zien aankomen.’ Kees schuift zijn glas naar het midden van de tafel. ‘Heeft je zeker flink wat gekost?' Henk schudt zijn hoofd. ‘Nee.’ ‘Het huis dan?’ Weer schudt Henk zijn hoofd. Liesbeth drukt haar sigaret uit zonder haar ogen van hem af te halen. ‘Waar is ze nu?’ Henk haalt zijn schouders op. ‘In de vriezer.’